Het minimabeleid
In 2007 hebben leden van de Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet (NVVK) meer mensen met schulden kunnen helpen.
Het slagingspercentage van de schuldregeling, waarbij een regeling wordt getroffen met de schuldeisers, steeg van 18 procent in 2006 naar 22 procent in 2007. Dat blijkt uit donderdag gepubliceerde jaarcijfers van de NVVK.
Ook vonden in 2007 meer mensen de weg naar de schuldhulpverlening dan in eerdere jaren. Vroegen in 2006 46.000 mensen een schuldregeling aan, in 2007 klopten 47.500 mensen aan voor hulp. Dit is een stijging van 3 procent.
Het aantal mensen dat niet kon worden geholpen, is de laatste jaren gedaald van 52 procent in 2004 naar 31 procent in 2007. Zij werden op een andere manier geholpen. Zo steeg in 2007 het aantal budgetbeheer rekeningen, waarbij vakmensen het geld beheren, met 18 procent aldus blijkt op 31 januari 2008.
Uit dit bericht kan worden afgeleid dat er geen stijging meer is opgetreden in de groep mensen die op de armoedegrens wankelen. Vanuit de groep die voedsel pakketten verstrekken aan mensen met een minimum inkomen was er de laatste jaren een stijging van ongerustheid te bespeuren door de toename van deze groep. En dit werd versterkt door de diaconieën van de kerken in Nederland.
Let wel we spreken hierbij over een groep mensen welke leeft van een minimum inkomen. En een minimum inkomen houdt in dat het Nibud (adviesorgaan regering) weergeeft dat men niet van een lager inkomen kan leven in Nederland. Dit laatste voeg ik toe omdat heel veel mensen zich niet realiseren wat het leven met een minimum inkomen inhoudt. Onze gemeente Leeuwarderadeel wordt gezien als een rijke gemeente voor wat betreft het gemiddelde inkomen. Deze medaille heeft echter ook een keerzijde als het gemeentebestuur weergeeft dat er in 2007 ongeveer 63 zwemabonnementen zijn verstrekt aan gezinnen met een minimum inkomen. En het betreft dan gezinnen met kinderen in de leeftijdsgroep tot 18 jaar.
En deze groep is kwetsbaar vooral als je je realiseert dat deze kinderen van deze ouders die met een financiële achterstand na het 18e jaar studie moet gaan volgen in het vervolgonderwijs. Immers na het 18e jaar bestaat er aanspraak op Studiefinanciering. En kan deze groep jongeren er wat aan doen dat hun ouders in aanmerking werden gebracht voor bijstand. Maar ze worden er wel door gedupeerd omdat ze een inkomensachterstand hebben en veelal houden.
